![]() |
"Ik ga niet in dat bootje
want het zal zeker zinken"
zo sprak mijn oom hij ging niet mee,
toen wij vluchtten in een boot op zee...
't Bootje had plaats voor honderd,
volgepropt met driehonderd,
die tocht herinner ik me wel:
dorst! De stank van kots en poep, een hel...!
Veilig aan land gekomen,
na weken op het water,
hoorden we: "jouw oom is vermoord".
En verdween de hoop op weerzien later.
Moeder was stofverkoopster,
spaarde voor veilig leven,
kocht voor ons kind'ren tickets, zei:
"Ga nu zonder mij, 't is maar voor even".
Wij keken uit de raampjes.
't Vliegtuig begon te landen,
't was net een sprookje, zoveel licht,
want ik had nog nooit een lamp zien branden.
Ik kon niet zonder moeder,
huilde tot in mijn dromen,
"even" duurde drie jaren lang,
voor zij eind'lijk naar ons toe kon komen.
Ik krijg een fiets en vriendjes,
leer hagelslag te eten,
niemand drinkt hier kamelenmelk,
maar van koeien, hoe kon ik dat weten?
En in mijn tienerjaren,
zit ik met stof en garen,
na school als ma aan 't koken was
en naai ik mijn eerste Munietas...
Vakantie was begonnen,
schoolvriendjes gingen zonnen,
maar ik bleef thuis, liep winkels plat,
om te laten zien wat ik gemaakt had.
Wat was het groot vóóroordeel?
Een Afrikaanse jongen
kan zulke leuke tassen echt
niet gemaakt hebben en zelf verzonnen.
Nu ben ik heel succesvol,
toch mag ik niet vergeten
dat ik als ongetrouwde zoon
's avonds bij moeder moet komen eten...
Bezoek ik vele beurzen,
stuur ouders een paar weken
op vakantie, dan heb ik rust
en ontloop ik 's avonds moeders preken!