Iedere zondag aan de boulevard,
zat een oud vrouwtje, tegenover haar
zat op een stoel een kleine pekinees,
te smullen van gebak dat hij daar kreeg.
Zij hield van hem, hij was haar alles waard,
hij was de enige die zij nog had op aard,
hoe moest het gaan, als zij er niet meer was?
Dan was er niemand die nog om hem gaf.
Daarom heeft zij uit liefde zo beslist:
dat na haar dood hij mee gaat in haar kist,
ligt bij haar voeten, beiden rusten zacht,
worden zo samen naar hun graf gebracht.